Niederländer im verdammten Land

 
 
Im Zuge mehrjähriger Recherchen über die Geschichte des Arbeitserziehungslagers Ohrbeck im Osnabrücker Land knüpfte der Historiker Volker Issmer Kontakte zu den ehemaligen niederländischen Zwangsarbeitern Wim Genger, Phida Wolff und Marc Edelstein, die ihm Texte anvertrauten, in denen sie ihren erzwungenen Aufenthalt in der Region Osnabrück und die dort erlittenen Greueltaten beschrieben hatten.

Während Phida Wolff seine Gedichte während seiner Zeit als Zwangsarbeiter verfaßte, schilderten Wim Genger und Marc Edelstein ihre Erlebnisse erst nach Jahrzehnten und für ihre Angehörigen. Eine kurze Dartellung Gerben Keizers über die Niederländische Christliche Gemeinde in Osnabrück während des Jahres 1943 sowie ein Brief Alje Huismans, in dem dieser der Mutter seines verstorbenen Freundes Albertus Borst über dessen Tod im Lager berichtet, ergänzen das Bild über das Schicksal der "Niederländer im Verdammten Land".
 

In het kader van zijn meerjarige onderzoek over de geschiedenis van het werk-en opvoedingskamp Ohrbeck in het Osnabrückerland, kwam de historicus Volker Issmer in contact met de voormalige Nederlandse dwangarbeiders Wim Genger, Phida Wolff en Marc Edelstein, die hem teksten toevertrouwden, waarin zij hun gedwongen verblijf in de regio Osnabrück en de daar geleden gruweldaden beschreven hebben.

Terwijl Phida Wolff zijn gedichten tijdens zijn tijd als dwangarbeider schreef, beschreven Wim Genger en Marc Edelstein hun belevnissen pas na tientallen jaren, en met name voor hun familieleden. Zowel een korte beschrijving van Gerben Keizer over de Nederlandse christelijke gemeente in Osnabrück in 1943 als een brief van Alje Huisman, waarin hij de moeder van zijn gestorven vriend Albertus Borst over diens dood in het kamp bericht, maken het beeld over het lot van de "Nederlanders in het Verdoemde Land" compleet.